Abrahamstraat 13 9000 Gent
[t] 09/235 40 00   [f] 09/235 40 09

Volksmuziek in de muziekacademies

Dranouter/Ieper, Blankenberge, Sint-Niklaas, Lebbeke, Schoten, Bornem, Gooik, Sint-Agatha-Berchem (Brussel)

Volksmuziek wordt geïntegreerd in het DKO. Dat gebeurde op initiatief en na aandringen van Muziekmozaïek vzw, Impulscentrum voor Folk en Jazz, in 1998 in Gooik. In de loop der jaren raakten nog zes andere 'experimenten' erkend. In het schooljaar 2007-2008 komt Blankenberge daar nog bij. Ook het Lemmensinstituut in Leuven heeft ondertussen, mede door lobbywerk van Muziekmozaïek, een hogeschoolopleiding barokmusette (doedelzak). Daarnaast zijn er nog tal van vzw's en andere organisaties (in Dworp, Lembeek, Hoegaarden, Brasschaat, Dilsen-Stokkem e.a.) die mee op de kar van de volksmuziekopleidingen zijn gesprongen. De kans bestaat dat vanaf schooljaar 2008-2009 de volksmuziek structureel geïntegreerd wordt in het DKO-pakket.

Wie zijn de partners van dit samenwerkingsverband?

De verschillende muziekacademies zoals hierboven genoemd, Muziekmozaïek en tal van andere vzw's en organisaties (voor een volledig overzicht, zie http://www.muziekmozaiek.be/nl/muziekschool_nl.htm).

Wat waren de doelstellingen van de samenwerking?

Volksmuziek (met zijn specifieke instrumenten zoals doedelzak, draailier, diatonisch harmonica, hommel maar ook folkgitaar – DADGAD–stemming – of folkviool, folkzang e.a.) als volwaardig muziekgenre integreren binnen het DKO.

Hoe is de samenwerking tot stand gekomen? Wie waren de partners?

Muziekmozaïek (toen die vereniging nog Volksmuziekfederatie heette) organiseerde zelf wekelijkse instrumentenlessen volksmuziek maar heeft er in de persoon van gedelegeerd bestuurder Herman Dewit, onder meer via de DKO-inspectie, voor geijverd om die volksmuzieklessen binnen de DKO-muren geplaatst te krijgen. Het aanzien van het genre is er sindsdien (het eerste experiment in Gooik is gestart in 1998) enorm op vooruitgegaan, net als het aantal geschoolde spelers.

Wat waren de succesfactoren/valkuilen?

Succesfactoren:

Alleen al binnen de zes officiële muziekacademies met een volksmuziekafdeling werden in 2007 zo'n 450 leerlingen geteld. Het leeuwendeel daarvan volgt doedelzakles (138). Jarenlang was het aantal doedelzakspelers in Vlaanderen (net als het aantal muzikanten die een diatonische harmonica bespeelden) bij wijze van spreken op één hand te tellen. Sinds ongeveer 10 jaar is de populariteit van die instrumenten, mede door de degelijke DKO-opleidingen, enorm toegenomen. Op Nekka 2006 speelde de centrale gast, folkrockgroep Kadril, een nummer met zo'n 150 – vooral jonge – doedelzakspelers. Dat zou 10 jaar geleden ondenkbaar zijn geweest. Het spelniveau is de jongste jaren enorm verhoogd, mede dankzij de DKO-opleidingen volksmuziek, en daar vaart de folkwereld wel bij.

Valkuilen:

Niet alle directies van muziekacademies staan ervoor open om een volksmuziekafdeling te beginnen. Het succes van zo'n opleiding valt of staat vaak met de al dan niet open geest van een directeur. De drempel naar de muziekacademie (met zijn verplichte notenleer en AMC-lessen) is bovendien lang niet voor elke volksmuziekliefhebber even evident. En een laatste, zo mogelijk nog belangrijker hinderpaal, is de beschikbaarheid van (leen)instrumenten. Doedelzakken en draailieren en hommels moeten nog steeds ambachtelijk worden gebouwd en dat vergt enige wachttijd. Muziekmozaïek hoopt dat, wanneer de volksmuziek structureel zou worden geïntegreerd in het DKO-pakket, de muziekacademies ook voldoende middelen zullen krijgen om instrumenten te bestellen en aan te kopen.